Zusters Karmelietessen Drachten

Speech na ontvangst erepenning 16 juni MMXXII

 

Erepenning.

Dank jullie wel ! voor deze bijzondere penning, die mij uitgereikt is. Blijk van waardering, waar ik blij mee ben en die ik ook aanneem voor Jan. Hij kan hier niet buiten schot blijven.

Karmelklooster Drachten, ook voor u bewaard!

Het is de slogan, die we jaren voerden, bedacht door hem, die mij ontvallen is. Ons ideaal was om dit unieke gebouw te bewaren. Het was het enige nog geheel intacte klooster in Noord Nederland.

Waarom koop je een klooster?

De liefde voor kloosters zit soms diep. Jan Hofstra, mijn man, bezoekt tijdens zijn middelbare schooltijd, voor het eerst een klooster samen met zijn vriend Wim de Wolf: het trappistenklooster Sion in Diepenveen.

Het is het begin van een fascinatie voor het leven in een klooster. Na Sion volgen er nog vele andere kloosters. Ook diverse keren gaan ze samen naar de Athos, het Griekse schiereiland met tal van oosters Orthodoxe kloosters.

Jan en Wim volgen allebei de studie theologie.Wim treedt in 1976 in bij de communiteit van Taizé.
Jan wordt hervormd predikant en zet naast zijn predikantschap een reisorganisatie en busonderneming op: Jan Hofstra Reizen. Op gezette tijden trekt hij zich terug in een klooster en komt er tot rust door het ritme van de getijden. Als daar de bel luidt voor een viering, laat je alles uit je handen  vallen. Het werk blijft er altijd.

In 1990 beëindigt hij zijn werk als predikant van de Grote Kerk hier in Drachten, is ook ondernemer en wil graag, naast zijn reisorganisatie, een studie- en bezinningscentrum opzetten.
De oplossing komt uit onverwachte hoek. De zusters Karmelietessen, min of meer onze buren in Drachten, besluiten in 1993 het klooster op te heffen vanwege hun hoge leeftijd en zoeken een koper.
Vriend Wim grapt later: ik ging het klooster in, jij kocht er één. Zo maken ze beide hun dromen waar.


Samen beginnen Jan en ik aan de uitdaging om in het Karmelklooster een plek te realiseren, waar concerten, lezingen en tentoonstellingen gehouden kunnen worden. Een cultureel podium. Maar waar ook ruimte is voor bezinning, waar groepen ontvangen kunnen worden. Later ook trouwlocatie van de gemeente Smallingerland.

Hoe zijn we gestart in dat grote gebouw?

Onze reisorganisatie verhuist naar het klooster, het geeft huuropbrengst. En door de reisorganisatie beschikken we over een landelijk netwerk. Dat gebruiken we om onze reizigers aan te schrijven! Om hen uit te nodigen deel te nemen aan de studieweekenden over kunst, cultuur, literatuur, muziek, poëzie. Reisleiders en specialisten op diverse terreinen leidden deze weekenden. Voor de weekend excursies worden de Zwitserse oldtimer bussen ingezet. En in de zomer organiseren we vaarweken met onze historische notarisboten en met de MS Munot.

Beginnen in oktober 1993, als we net gestart zijn, een bloemententoonstelling, waarbij het hele klooster in de bloemen wordt gezet. We vragen bezoekers of ze ideeën hebben voor het klooster en of ze voor zichzelf een taak zien weggelegd in dit prachtige complex. Zo is het vrijwilligers bestand opgebouwd.

In 1997 volgt de eerste tentoonstelling:  Anne Frank. In samenwerking met het Anne Frank Museum in Amsterdam. Zij hebben een nieuwe reizende tentoonstelling opgezet, die in Drachten van start gaat. Alle scholen in Friesland worden uitgenodigd, de FRAM bussen rijden met reclame.

Het is de eerste tentoonstelling en er zullen er nog ruim 30 volgen.

Vaak zitten we op zondag samen een poosje in de kloostertuin en realiseren ons dat het jammer is dat niet meer mensen er van genieten. Het wordt het begin van de tuinconcerten in de zomer. Blues of Rock & Roll. Dan wordt er gedanst onder de appelbomen.

Het hele jaar door volgen er concerten in de kapel met vaak klassieke muziek. Veel jonge talenten podium geboden. De broertjes Jussen ( Arthur en Lucas) speelden al in het klooster, toen ze nog op de basisschool zaten. Valentina Toth speelde als 12 jarige in de kapel van het klooster  en met enige regelmaat kwam ze terug. Zo volgden we haar.

Ondertussen breidden de activiteiten zich uit. Ontvangen groepen uit het onderwijs, zorg, provincie, gemeente, politie voor overleg en trainingen. Steeds meer bedrijven vinden de weg naar het klooster. Verlenen gastvrijheid aan de Karmelschola, de Taizé- vieringen en aan het Karmel Leken convent: Titus Brandsma.

Hoe houd je zo’n klooster overeind? Met veel verschillende activiteiten. Het vraagt veel energie en creativiteit om gelden te genereren, ook voor onderhoud. Geen subsidies, want het is een particulier initiatief. Maar de andere kant daarvan is dat je vrij bent in wat je doet. In de thema’s voor tentoonstellingen bijvoorbeeld.

We proberen de overhead zo laag mogelijk te houden, dat betekent: veel zelf doen.

Mooie jaren! We ontmoeten veel mensen. Prachtige herinneringen. Aan de zondagmiddag met Jules Schelvis, onvergetelijke man met het programma: Er reed een trein naar Sobibor…

Aan Huub Oosterhuis, Carel ter Linden, die het kerstevangelie zo mooi kan uitleggen. Steven Pont de ontwikkelingspsycholoog, met adviezen voor ouders met jonge kinderen, altijd een volle kapel.

Maar denk ook aan de avond met Diederik Stapel, Tilburgse hoogleraar sociale psychologie, die bekend werd als wetenschapsfraudeur. Hij kwam in het kader van Scherven of bouwstenen. De tweede kans die je mensen gunt.

 

In 2015 overlijdt Jan totaal onverwacht.  

De draad in het klooster pakken Heleen en ik snel op. Er volgt een tijd van nadenken, hoe gaan we verder?

Het besluit valt om afscheid te nemen van Jan Hofstra Reizen, van de bussen en de boten. Maar dat is geen sinecure, het kost tijd en voorbereiding. Daar begint de zoektocht naar goede bestemmingen. In drie jaar tijd zijn alle voertuigen terecht gekomen bij liefhebbers in met name Zwitserland, België,  Duitsland. Met dank aan Albert Jelle, die zich hiervoor heeft ingezet. Voor de MS Munot, het Zwitserse schip, hadden we meer tijd nodig, maar het schip vaart nu, gerestaureerd, op een meer in Tsjechië.

Na het overlijden van Jan, zet ik eerst nog drie jaar met dochter Heleen, daarna alleen, de werkzaamheden in het klooster voort met nieuwe tentoonstellingen, concerten en lezingen. De reserveringen lopen door. Het werk geeft troost, afleiding en energie.

Met enige regelmaat komt abt Gerard Mathijsen uit de Adelbertabdij in Egmond mij bezoeken om te vragen hoe het gaat en of ik het nog ‘red’. Zo lief!
Vriendschap groeit door de jaren. Dragen en gedragen worden.

Maar de vraag dringt zich op: hoe verder met het klooster en hoe lang nog?

Ik ga in overleg met, in deze volgorde, het bisdom Groningen Leeuwarden, twee keer met de gemeente Smallingerland en met de buren van het klooster de zorginstelling Bertilla. Ik heb altijd geleerd, het huis van de buren is maar 1 keer te koop.

Zij geven alle drie aan niet verder te gaan met het klooster.

Met enkele mensen deel ik mijn vraag: hoe verder? Uiteindelijk zijn er 7 geïnteresseerden.

Aanvankelijk zoek ik naar een bestemming in de lijn van Jan en mij, waarbij de publieke functie zou blijven. Dat is me niet gelukt. Het is de concessie die ik gedaan heb bij de verkoop. Maar de nieuwe bestemming èn de klik met de investeerders geven de doorslag.

Vorig jaar half juni mogen we, mag het klooster na Coronatijd weer open. Dan komt de fase waarin alles nog kan! Dat is prachtig. Het wordt geen sluiting in stilte!

Het klooster gaat open voor bezoekers om het nog in originele staat te bezichtigen voordat de verbouw van start gaat.  De tuinconcerten gaan allemaal door in 2021. We organiseren een kunst- en boekenverkoop. Steven Sterk komt en geeft  een prachtig compliment aan Jan. Steven heeft talloze bibliotheken gezien, maar zegt dat hij nog nooit zo’n gevarieerde bibliotheek heeft gezien met zoveel verscheidenheid en “djipgong”. Een geweldig compliment. Maar ik moet ze wel kwijt!

Zelfs de laatste tentoonstelling Huidhonger kan nog een doorstart maken met dank aan alle kunstenaars. Bij de opening van Huidhonger in september 2019, nog voor Corona, vragen veel mensen zich af, wat is dat: Huidhonger? Inmiddels kent iedereen het woord Huidhonger.

Gemis en verlangen naar aanraking. Het is en blijft een prachtig en actueel thema.

In de laatste week van juli wordt het klooster opnieuw in de bloemen gezet. Zo zijn we begonnen met een bloemententoonstelling in 1993 en zo eindigen we ook. Vrolijk!

De officiële overdracht is op 16 augustus 2021. Bijna een jaar geleden. Veel mensen denken dat mijn vrijheid toen is begonnen.

Maar na de handtekening moet het grote opruimen in het klooster beginnen. Om een gebouw waar je bijna 30 jaar hebt “gewoond” leeg te trekken, kostte meer tijd dan ik had gedacht.

Maar die tijd krijg ik. Ik bied de kopers aan het beheer te blijven doen en ondertussen op te ruimen. Voor zo veel is in het afgelopen jaar nog een mooie bestemming of herbestemming gevonden. Daar ben ik heel blij mee. Dat geeft een goed gevoel.

Een 7- armige kandelaar, die na de sluiting van de kapel in Bertilla in het klooster terecht kwam, staat nu in de rk kerk in Drachten.

Op zolder lag een kruis gemaakt van kloostermoppen van het voormalige klooster Smalle Ee. Met gedenkplaat erbij. Beide zijn inmiddels herplaatst bij de kloosterheuvel op Smalle Ee.

De koorbanken uit de kapel en het prachtige Titus Brandsma venster zijn nu te zien in de basiliek in Bolsward.

En veel meubilair is gegaan naar de kloosters op Schiermonnikoog. U hoort het goed, kloosters. Toen we in Drachten in 1993 van start gingen was het Karmelklooster het enige nog geheel intacte klooster in Friesland. Hoe bijzonder is het dat er nu na sluiting van dit klooster er 3 kloosterinitiatieven zijn: 2 op Schiermonnikoog en Nijkleaster in Hijlaard.

Straks wordt het voormalige klooster in Drachten een huis voor mensen met dementie. Een mooie herbestemming! De vergunning is inmiddels verleend voor de verbouw. Dan wordt het ook weer meer bij de tijd gebracht en kan het weer vele jaren verder. En ter geruststelling van bezorgde mensen, aan de voorzijde verandert er niets. Kruisgangen zowel beneden als boven blijven in tact. Aan de achterzijde vindt de uitbreiding plaats. Zoals mijn kinderen zeggen: de mensen in Drachten zien er straks niets van dat er verbouwd is.

Ondertussen hebben we de foto’s nog en de vele herinneringen, die zacht het lied zingen dat je leven was en is.

Dank u wel voor deze erepenning en dank ook voor alle aandacht en liefde die ik van veel mensen mocht ontvangen. Dragen en gedragen worden.

Ietsje Hofstra de Jager
Drachten, 16 juni MMXXII