Voorzijde Karmelkloosterglas-in-lood ramen in de kapelKapel van het Karmelklooster

‘Huidhonger’ maakt behoefte tastbaar, Leeuwarder Courant

Geplaatst op 28 september 2019

Als alle zintuigen je in de steek laten, blijft alleen de tastzin over

Gitte Brugman

In januari hoort Ietje Hofstra voor het eerst het woord huidhonger. Het begrip intrigeert haar zo, dat ze het kiest als thema voor de expositie die vandaag opent in haar Karmelklooster.


Het is zaterdag 19 januari 2019. Ietje Hofstra valt in een uitzending van Jacobine , waarin drie alleenstaande vrouwen praten over het fenomeen huidhonger: de behoefte aan aanraking. Ze voelt verwantschap; haar man, predikant Jan Hofstra, overleed in 2015. Bovendien bedenkt ze zich dat het boek dat ze leest – Een onberispelijke man van Jane Gardam – doortrokken is van huidhonger.

Deze roman gaat over een in Azië geboren Engelse jongen, wiens moeder bij zijn geboorte overlijdt. Zijn vader geeft niets om hem en zoekt een vrouw die voor hem moet zorgen. Deze tante May neemt hem mee naar Engeland en brengt hem onder bij een gastgezin. Het kind mist intimiteit en geborgenheid, en dat heeft consequenties voor de rest van zijn leven.

Hofstra denkt aan haar moeder, die op dat moment 93 is. Ze ligt in bed, eet nauwelijks meer. Haar zintuigen laten haar langzaam in de steek. Maar als dochter Ietje haar bezoekt, stralen haar ogen als die haar hand vastpakt en haar wang tegen die van haar legt. Als alle zintuigen je min of meer in de steek laten, blijft de tastzin over, realiseert ze zich.

Ze was met een heel andere expositie bezig, maar huidhonger is een mooi thema met veel invalshoeken, bedenkt ze. Ze gooit haar plannen om. Maar hoe pakt ze het aan? Als ze in eigen huis rondkijkt, blijken enkele werken heel goed bij het onderwerp aan te sluiten. Een klassiek schilderij van Christoffel Bisschop met een moeder in haar kraambed, die verliefd in het wiegje ernaast kijkt, bijvoorbeeld. Of het portret van een kind dat een kussen omklemt, van Aron Wiesenfeld.

Ze gaat op zoek en benadert Mariska van Veenen, een van de vrouwen uit de uitzending van Jacobine Geel. Zij speelt met haar twee collega’s op 8 december de voorstelling Dan neem je toch gewoon een hond . Hofstra zoekt in de stapels met visitekaartjes, folders en aantekeningen van eerdere bezoeken aan kunstbeurzen. Die ene foto van Marc Lagrange die ze zo prachtig vindt, past helemaal in het thema. Mensen die ze vertelt waar ze mee bezig is, geven haar tips. Ook het werk van kunstenaars die eerder bij haar exposeerden, neemt ze op. Onder hen Hendrik Elings, met een doek waarop hij dezelfde pose aanneemt als zijn inmiddels overleden vader – zoals die met het hoofd achterover in slaap viel op de stoel. ,,Hy hat der sels in tekst by skreaun. Hy mist syn heit, syn omearming.’’ Elings is de enige die zijn eigen tekst schreef. Hofstra maakt verder overal de tekstborden bij, en zoekt passende gedichten. ,,In hiele syktocht’’, die haar brengt bij Joost Zwagerman, Hanny Michaelis, Wislawa Szymborska, Ellen Warmond, Pablo Antonio Cuadra... Er komt een boekje waarin de poëzie en werken zijn samengebracht. ,,By de foarige eksposysje Bloom hienen wie dat net dien, mar der kaam gelyk fraach nei. Nei twa, trije wiken hawwe wy doe dochs noch in boekje makke en dat is hielendal útferkocht.’’

Ze hangt de werken in de galerij van het klooster zo, dat ze een soort levenscyclus vormen. Te beginnen met de geboorte: met het schilderij van Bisschop, met een beeld van Natasja Bennink van een babykopje aan de moederborst... Ze toont een video met het onderzoek van Harry Harlow, die aantoont dat jonge resusaapjes niet zonder de warmte van hun moeder kunnen. In beeld hangt een eenzaam jonkie urenlang aan een surrogaatmoeder, om slechts af en toe over te stappen naar de ‘tepel’ die melk geeft.

Dan volgen werken waarin het kind opgroeit, en zich als puber los moet zien te maken van zijn ouders. Een foto van Rogier van ’t Slot toont bijvoorbeeld mooi hoe een jongeling uit zijn ‘cocon’ komt. Een werk van Daniëlle van Zadelhoff laat een jonge vrouw met een sleutel op haar naakte rug zien. Er is huid te zien, van piepjong tot stokoud. De naakte mens, alleen of juist samen. Er is nauwelijks werk dat de associatie met seksualiteit of erotiek oproept. ,,Ik woe fier bliuwe fan de MeToo -diskusje. Dit giet oer lichemskontakt binnen de grinzen fan respekt en fatsoenlikens.’’

Uit de collectie van het Karmelklooster hangt er een Boele Bregman van een vrouw met twee mannen. ,,Dy frou is Mare van der Woude, de muze fan Boele Bregman, en de oare man har partner, Tjeerd Visser. Ik woe sjen litte dat der net allinne mannen binne dy’t der mear frouwen op nei hâlde. Mar dat it ek oarsom kin.’’

En hoe zat het met de vrouwen die kozen voor een leven in het slotklooster? Hofstra stelt zichzelf die vraag en laat op de bovengalerij kort de geschiedenis van een intredende non zien. Ook hier enkele kunstwerken over het leven van die vrouwen. ,,Neist inoar, net mei inoar. Hoe libje sy sûnder de oanrekking fan en troch de oar?’’

Er is veel ruimte voor het einde van het mensenleven. Met een vroeg werk van Jan Ketelaar – Uitgeteld paar – en schilderijen van Gert Jan Slotboom en Robert van Westendorp. Plus een tragikomisch schilderijtje van Henk Krist, dat een illustratie lijkt van het gedicht van Lucienne Strassaert: ,,Stel: de liefde is een klok. / Dan wordt duidelijk waarom / ze niet meer rinkelt: / wij winden ons niet meer op.’’

De cirkel is rond bij een doekje van Stien Eelsingh en het gedicht van Karel Jonckheere, waarin een zoon zich realiseert dat hij zijn moeder in de laatste jaren van haar leven veel te weinig heeft gezien: ,,Maar dat onze overmoed zich nimmer heeft bezonnen / over haar eenzaamheid, dit wordt ons taaist verdriet.’’

Drachten – Karmelklooster, Burgemeester Wuiteweg 162, do t/m zo 13-17 uur, groepen op afspraak ook op andere dagen, t/m 26 januari 2020. Bij de expositie Huidhonger hoort een uitgebreid programma met lezingen, toneel en muziek.

www.karmelklooster.nl

‘Huidhonger’ maakt behoefte tastbaar